3 juni 2016

Verslag IKC-conferentie Zaan Primair

‘Samen zorgen voor dezelfde kinderen’
Verslag IKC-conferentie Zaan Primair

De scholen van Zaan Primair ontwikkelen zich samen met kinderopvangorganisaties Babino, Freekids en TintelTuin en stichting et Nabuut tot Integrale Kindcentra. Onderwijs en opvang werken daarin nauw met elkaar samen omdat we het allerbeste willen voor onze kinderen waar we samen immers voor zorgen. Elke dag van 7 uur ’s ochtends tot 18.30 uur ’s avonds. Maar ook qua leeftijd: van 2,5 tot 13 jaar binnen de peuterspelen, onderwijs en buitenschoolse opvang. Op sommige locaties zelfs vanaf 0 jaar op het kinderdagverblijf.

ikc_afb1Maar: hoe doe je dat, een IKC worden? Op welke thema’s kun je elkaar versterken? Hoe organiseer je de samenwerking? En welke goede voorbeelden zijn hierover te vinden? Daar was de conferentie ook voor bedoeld: om de ontwikkeling van de integrale kindcentra van Zaan Primair verder aan te jagen, gesprekken op gang te brengen en elkaars expertise te benutten.

Instrumentarium
Het was het resultaat van enkele jaren werk in verschillende werkgroepen en met verschillende mensen. Op de conferentie werd met een korte presentatie het ‘instrumentarium’ getoond. Dit is een verzameling van producten en instrumenten met betrekking tot verschillende thema’s in het IKC. Toegankelijk voor professionals van onderwijs en opvang die aan de slag gaan met het IKC.

Aanwezig
Aanwezig waren directeuren, leerkrachten en IB-ers van Zaan Primair-scholen, directie en pedagogisch medewerkers van de kinderopvangpartners, professionals uit de onderwijssector, Centrum Jong en de gemeente, en bestuurders van Zaan Primair.

ikc_afb2Opening
Dr. Arnold Jonk, hoofdinspecteur primair onderwijs en speciaal onderwijs bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, leidde de conferentie in. Hij brak een lans voor de huidige ontwikkeling van integrale kindcentra. In feite is er geen definitie voor het IKC, benadrukte Jonk. Hij adviseerde de term los te laten en vooral te kijken naar de inhoud. En om daarbij te letten op ‘samen’. Kinderen en ouders moeten elkaar leren kennen en samen spelen en samen doen. Dan gaan we tegen wat we zo vaak zien: een scheiding tussen groepen kinderen en ouders. Ook beveelt hij aan dat elk IKC een locatiegebonden inkleuring krijgt, zelf aan de slag gaat met vragen als: wat willen we voor onze kinderen bereiken en wie heb ik daarbij nodig? Dat past helemaal bij het gedachtengoed van Zaan Primair.

Workshops
Het programma bood zes workshops, waarvan deelnemers er twee konden kiezen. In twee rondes van 40 minuten werden inzichten gedeeld en good practices verteld maar konden deelnemers ook met elkaar in gesprek over vraagstukken en stellingen.

ikc_afb4Reacties van deelnemers
“Ik werk bij Freekids en ben net bij een workshop geweest over ouderbetrokkenheid en onderwijsondersteunend gedrag. Wat ik heb meegekregen is hoe belangrijk het kennismakingsgesprek is in de eerste schoolweek. Het schept zoveel helderheid als je verwachtingen uitspreekt, zowel van de leerkracht naar de ouders als andersom. Ik kom uit de kinderopvang waar het intakegesprek – zo heet het bij ons – natuurlijk ook heel belangrijk is. Deze workshop zet me aan het denken en scherpt mijn bewustzijn hoe we binnen onze eigen organisatie hiermee omgaan en wat we nog kunnen verbeteren.”

“Mijn eerste reactie is dat deze conferentie voor iedereen zou moeten zijn, en niet alleen op inschrijving. Eigenlijk zou dit iets zijn voor de Zaan Primair dag. Want als dit de toekomst is, dan moet je daar iedereen in meenemen. Dan voorkom je ook dat er gevoelens bij leerkrachten ontstaan dat ze dingen van bovenaf opgelegd krijgen waarover ze onvoldoende zijn geïnformeerd.”

“Onze workshop was heel interactief. Ik hoorde heel veel geluiden waar het wel en niet goed gaat. Mijn mening is dat het valt en staat met de basis, de voorgesprekken en met de rol van directie en management. Als je elkaar daar al niet kan vinden en geen gemeenschappelijke delers hebt, wordt het lastig. Ik vind dat we met z’n allen heel goed bezig zijn, ook al zijn we er nog lang niet. Er is veel gemeenschappelijk gedachtengoed en we weten elkaar te vinden. We moeten vooral verder bouwen en we gaan er zeker komen!”

“Wat ik een uitdaging vind, is dat je de mensen weer terugbrengt bij hun passie. Je moet je steeds hardop afvragen waarom dit goed is voor kinderen. Ik merk dat bijna niemand kan aangeven waarom ze een IKC willen. Daarnaast is het lastig om van bestaande clubjes een nieuwe club te maken. Daardoor beland je snel in het praktische regelniveau.”

ikc_afb5Conclusies van de workshopleiders
“Spreek je doelen en verwachtingen uit. Wat wil je dat de kinderen meekrijgen als ze bij jou in de klas of groep komen?”
“Je moet tijd maken om elkaar te ontmoeten en je gezamenlijke visie uit te werken. Op De Spiegel zijn we daar 15 maanden mee bezig geweest, maar die basis is daardoor wel heel goed gelegd. Er is zoveel herkenning en gemeenschappelijks, dat we vanuit die basis alleen maar verder kunnen groeien. Als de gezamenlijke inzet er is, moet je ver kunnen komen.”

“Het plan van het ene IKC kun je niet zomaar meenemen naar het andere. Het is heel bepalend in welke wijk jouw school of IKC is gevestigd. Zo hebben we hier een bepaalde doelgroep ouders en kinderen. Je moet tijd investeren om samen één visie te ontwikkelen.”

“Voer ouderanalyses uit en baseer daar ‘je klant’ op. Kijk dan pas naar de doelen die je wilt bereiken en de wegen ernaartoe. Ga vervolgens bouwen aan de relatie met ouders en spreek wederzijdse verwachtingen uit.”

“Ook met mindere praktijkervaringen kun je je voordeel doen. Kijk ook vooral vanuit de praktijk wat realistisch is en ga gewoon aan de gang.”

“We hebben de nodige hindernissen met elkaar besproken. Geldstromen, personeelsaanstellingen, tijd, CAO-verschillen, regel- en wetgeving. Maar laat je dat niet beperken in je aanpak.”

ikc_afb6“De grootste groep op de scholen – de leerkrachten – zijn hier met 34 deelnemers het minst vertegenwoordigd. Juist zij zijn heel erg nodig om dit proces te doen slagen. Dus iedereen hier moet nu beloven dat ze alle leerkrachten meenemen in dit prachtige proces.”